Het verhaal van Sint-Lucia

 

De maand december staat voor de meeste mensen in het teken van de feestdagen. Inwoners van Steensel hebben in deze maand nog een extra feestdag, namelijk 13 december. Op deze dag wordt het feest gevierd van de heilige Lucia, patrones en beschermvrouwe van Steensel.
Volgens de overlevering leefde Sint-Lucia in de tijd van de christenvervolgingen door keizer Diocletianus (regeerde 284 – 305). Zij was de dochter van een Romeinse burger in Syracuse (Sicilië), die haar vader op jonge leeftijd heeft verloren. Haar moeder, Eutychia, leed al jaren aan dysenterie. Lucia en haar moeder brachten een nacht biddend door bij de tombe van Sint-Agatha, de beschermvrouwe van Catania. Aan het einde van de nacht verschijnt Agatha in een visioen aan Lucia en  voorspelt haar dat zij haar leven aan Christus zal gaan wijden. Haar moeder is direct daarna op wonderbaarlijke wijze genezen van de rode loop.
Lucia besluit om de verloving met haar heidense verloofde te verbreken en verdeelt de bruidsschat onder de armen. Haar teleurgestelde verloofde geeft vervolgens Lucia aan als christen bij de magistraat Paschasius. Hij veroordeelt haar tot tewerkstelling in een bordeel. Het lukt de wachters echter niet om Lucia af te voeren, zelfs niet met een koppel ossen. Een veroordeling tot de brandstapel mislukt eveneens waarna de beul haar doodt door een zwaard in haar hals te steken. Lucia sterft als martelares waarschijnlijk in het jaar 303 wanneer de vervolgingen op hun hoogtepunt zijn.  
De verering van Lucia in Steensel dateert vanaf de 15e eeuw. De klok uit 1495 in onze kerktoren draagt al haar naam. Waarschijnlijk had de toenmalige kerk met bijbehorende toren ook al die naam. In 1502 krijgt Steensel officieel toestemming voor het opdragen van heilige missen op de altaarsteen gewijd aan Maria en de maagd Lucia. Waarschijnlijk omdat Steensel in het bezit kwam van een relikwie van Lucia. Het beeldje van Lucia in onze kerk, waarop ze staat afgebeeld met brandstapel en met een zwaard door haar keel, stamt uit ongeveer 1520.  
De feestdag van Lucia wordt op vele plaatsten in Europa gevierd. In Syracuse worden ieder jaar twee grote feesten gehouden voor de stadspatrones: op de eerste zondag in mei. Vanaf 13 december wordt er zelfs acht dagen achter elkaar feest gevierd. In het protestantse Zweden is "Sankta Lucia" al twee eeuwen een nationale feestdag. Op die dag vertolkt de oudste dochter des huizes de heilige Lucia en draagt een groene krans met brandende kaarsen op haar hoofd. Zij brengt vervolgens licht in ieder vertrek van het huis.
De naamdag van de H.-Lucia is 13 december, aangezien haar naam sterk verwant is met het Latijnse woord "Lucere" wat "licht geven" betekent. Toen de Juliaanse kalender nog in gebruik was, was 13 december namelijk de kortste dag van het jaar. Het feest van het licht werd gevierd rondom de zonnewende. Echter door gebruik te maken van de Gregoriaanse kalender en de bijbehorende schrikkeldagen, is de kortste dag rond 21 december uitgekomen.
In Steensel vieren we dit feest tegenwoordig wat soberder dan vroeger en zeker wat minder uitgebreid dan op Sicilië. Echter, Steensel is wel uniek in het vereren van Lucia, want alleen in Steensel kunnen rode zijden draadjes verkregen worden om genezen te worden van de rode loop. Zeg nou zelf, dat is toch ook veel beter dan acht dagen feest.
Het graf van Lucia bevindt zich momenteel in de San Geremia kerk in Venetië. De oorspronkelijke Luciakerk in Venetië is afgebroken in 1860 toen op de locatie van de kerk een treinstation met de naam van de Heilige werd gebouwd.

Overigens is het lichaam op diverse plaatsen begraven geweest en zijn er meerdere verhalen wat er met het lichaam is gebeurd. Het meest waarschijnlijke verhaal is dat ze in eerste instantie in Syracuse op Sicilië begraven is geweest. In 878 wanneer Silicië dreigt ingenomen te worden door de islamitische Saracenen, wordt haar lichaam verplaatst naar een geheime locatie. Vervolgens wordt het lichaam 1039 in Constantinopel (Istanbul, Turkije) begraven. In 1204 tijdens de vierde kruistocht wordt Constantinopel geplunderd door de Venetianen. Het betreft meer een handelsoorlog tussen beide steden. Alle kunstschatten worden verplaatst naar Venetië. Ook de relieken van Heiligen worden meegenomen. In 1313 wordt het gebeente overgebracht naar de Sint Luciakerk van Venetië.  
Het lichaam van Lucia ligt momenteel opgebaard in een glazen kist. Het lichaam draagt een zilveren masker, omdat het hoofd van de Heilige ontbreekt. Dit hoofd bevindt zich waarschijnlijk in Bourges (Frankrijk). De Venetianen zouden het hoofd in 1513 aan de Franse koning Lodewijk XII hebben geschonken. Lodewijk XII heeft het hoofd bij laten zetten in de kathedraal van Bourges. Echter ook in Metz (Frankrijk) bevindt zich een hoofd waarvan beweerd wordt dat het van Lucia van Syracuse is.
Steensel heeft eveneens een relikwie van Sint Lucia in haar bezit. In een oorkonde uit 1934 verklaart broeder Augustinus Zampini (assistent bij de Pauselijke Troon en algemeen Vicaris in Vaticaanstad) dat het relikwie toebehoort aan Sint Lucia.