Kerken en schuurkerken in Steensel

Als je op het kerkhof bent kun je er niet omheen, op te kijken naar onze oude toren, gebouwd omstreeks 1450. Een knap staaltje van de bouwers, omdat die er al zo lang staat en zo hoog is. Aan de achterkant van de toren zie je dat er ooit twee kerken tegenaan hebben gestaan. Je ziet de daklijnen in het metselwerk nog. Het eerste, middeleeuwse kerkje is in 1788 nagetekend door Hendrik Verhees. Het was een pseudo-basilieke kerk met schip en zijbeuken onder één dak met kruisarmen en koor. De kerk was vrij hoog in verhouding tot de lengte. Je zou het niet verwachten, maar de bovenste daklijn is van de middeleeuwse kerk. De onderste met een flauwere dakhelling moet afkomstig zijn van de tweede kerk.

Er zit een lange periode tussen 1648 tot 1821. In die tussenliggende jaren zijn de mensen in Steensel niet bij de toren ter kerke gegaan. In 1648 is bij het ontstaan van Republiek der Verenigde Nederlanden  het protestantisme tot staatsgodsdienst uitgeroepen.  Zoals overal in de Nederlanden werd ook de kerk van Steensel geconfisceerd en aan de protestanten overgedragen. Als pleister op de wonde  mochten de katholieken wel een zogenaamde  schuurkerk bouwen.  
In het archief van Harrie Huijbers vinden we reconstructietekeningen van de twee schuurkerken. Harrie heeft hier zelf over geschreven in de Trompetter van 1 december 2000.

Na de Vrede van Munster (1648) leek het erop dat in Brabant geen ruimte meer was voor de katholieke godsdienst. Men wilde de inwoners verplichten de protestantse godsdienst aan te nemen. De eerste wetten van de nieuwe regering zijn in die trant opgesteld. Dit verandert vrij snel als de protestantse toezichthouders bezwijken voor steekpenningen van katholieken om zo af en toe een oogje dicht te doen als het over het katholieke geloof ging.  
Het lijdelijk verzet van de inwoners maakte  het voor de protestanten heel erg moeilijk hier normaal te kunnen leven. Een gevolg hiervan was dat na enige tijd oogluikend werd toegelaten schuurkerken te bouwen. Een schuurkerk kan het best omschreven worden als een bouwwerk in de vorm van een schuur, waar aan de buitenkant niet zichtbaar mocht zijn dat het een kerk was.  In Steensel kregen de katholieken in 1672 toestemming een schuurkerk te bouwen, "met stro gedekt, zestig voeten lang en acht en twintig voeten breed (1 voet = 28,3 cm.)”. 

 
Nadat het Franse leger Steensel in 1688 plundert en in brand steekt, raken veel Steenselnaren aan de bedelstaf. De schuurkerk lijdt hier ook onder, raakt ernstig in verval en wordt “irreparabile” verklaard.  In 1763 krijgt men vanuit Den Haag toestemming om op dezelfde plaats een nieuwe schuurkerk te bouwen met een lengte van 62 en een breedte van 30 voet. De zijgevels hebben een hoogte van 10 voet. De hoogte van de voor-  en achtergevels wordt bepaald op 16 voet. Op een oude landkaart, getekend door landmeter Hendrik Verhees op het einde van de 18e eeuw, zien we dat deze schuurkerken gestaan hebben op de hoek van de Frans van Nunenstraat en de Joseph Schulteweg. Met details uit het archief van de Staten-Generaal (ARA SG, 7869) heeft de Steenselnaar Hans Borsboom van beide kerken een zeer fraaie reconstructie gemaakt.

Als de Steenselnaren hun oude kerk in 1798 terugkrijgen, heeft deze heel lang ongebruikt gestaan en is zeer bouwvallig geworden. In 1821 wordt een nieuwe kerk tegen de toren gebouwd. Het is een eenbeukige kruiskerk van 22 bij 9 meter met 140 zitplaatsen. De kerk wordt gebouwd door de bouwkundige P. Clessen uit Eersel voor de som van fl. 4.350,--. Pastoor Johannes Boeren is in 1820 benoemd in Steensel en legt op 12 april 1821 de eerste steen. Hij heeft opgetekend: “dat hij zich door twee lijfwachten moest laten vergezellen op de weg door het bosch, om het geld te beveiligen”. De parochie zit  slecht bij kas en regelmatig betaalt pastoor Boeren reparaties aan kerk en sacristie uit eigen zak. Hij heeft in 1823 de eerste pastorie gebouwd. Op de foto zie je, naast de nieuwe kerk uit 1935, de oude kerk uit 1823 nog aan de toren vast staan. Misschien kunnen we in de toekomst de contouren en de funderingen van de oude kerkjes weer voor iedereen zichtbaar maken