Terugblik op ongeveer 150 jaar onderwijsgeschiedenis in Steenselhttps://strato-editor.com/.cm4all/uproc.php/0/.school%20Hoogeind.jpg/picture-400?_=182fdf26328




Inleiding
Als we op zoek gaan naar de geschiedschrijving van het onderwijs is Steensel, is er veel terug te vinden over besluiten van de gemeenteraad t.a.v. financiën, over gebouwen, over  leerlingaantallen en over onderwijsgevenden die het onderwijs hebben vormgegeven.
In diverse documenten kom je ook wetenswaardigheden tegen die leuk zijn om te vermelden maar die geen directe invloed hebben gehad op de loop van de geschiedenis. In de gemarkeerde tekstvakken die in dit deel van het boek  staan afgedrukt, kunt u kennisnemen van enkele van die leuke anekdotes.
Blijkbaar heeft het werk van een leerkracht door de jaren heen steeds stress opgeleverd. Dit blijkt uit een citaat in het gemeentelijk archief. Wanneer een leerkracht ziek werd, werd er een bepaalde tijd geen onderwijs gegeven.
Om “goed” onderwijs mogelijk te maken moeten diverse belangen goed tegen elkaar afgewogen worden. Dat is een opvatting van nu, maar dit blijkt ook een steeds terugkerend item te zijn geweest in de geschiedenis die achter ons ligt. Een kijkje in de historie vindt u in het tweede kader.
In hetzelfde verslag staat dat de aanmerking dat de onderwijzer meer jongens en meisjes had opgegeven dan er bij zijn bezoek aanwezig waren…
Th. Rademakers schijnt het in Steensel, althans in de ogen van de schoolopziener, nogal bont gemaakt te hebben. Ondanks dat hij de eerste katholieke schoolmeester binnen de gemeente moet zijn geweest.
Het duurt nog tot 1928 voor de gemeente Eersel het openbaar onderwijs  omzet in Rooms Katholiek Onderwijs. Deze R.K.- scholen vallen volgens de wet onder het bijzonder onderwijs.
In het verslag van zijn werkbezoek op  21 augustus 1848 schreef de schoolopziener:
Men kan dit niet los zien van de tijdsomstandigheden: Rademakers was, om de kost te kunnen verdienen, naast schoolmeester ook boer. De vermaningen hielpen niet. Ook niet toen Burgemeester en Wethouders er op reageerden door een schoolcommissie in te stellen om de zaak te laten onderzoeken.
Op 22 september 1854 volgde, zoals vermeld staat in het “Extract uit het register der besluiten van de Gedeputeerde Staten der provincie Noordbrabant”,  de uitspraak van G.S.:
Het is niet bekend of Rademakers daarna nog aanleiding tot conflicten heeft gegeven.
Vervolgens bezoekt de schoolopziener in 1858 zowel de scholen in Duizel als in Steensel. De kwaliteit van het onderwijs in Steensel is minder dan in Duizel omdat hier naast lessen in taal, lezen, schrijven en rekenen ook aardrijkskunde, geschiedenis, kennis der natuur, tekenen en vooral ook Frans, de aandacht krijgen.
Ook de inrichting van de school in Steensel vindt de schoolopziener matig in vergelijking met de school in Duizel. In Steensel ontbreken de leesmachine, het rekenraam en de wandkaarten.
Per 1 november 1878 neemt Pieter Cox de taak van Th. Rademakers over.
Onderwijs in de diverse schoolgebouwen in Steensel
Ondanks het slopen van gebouwen en het wijzigen van de bestemming van gebouwen zijn in Steensel nog wel enkele overblijfselen te zien van de schoolgebouwen uit het verleden.
Meester Peter of Pieter Cox heeft zijn sporen achtergelaten in Steensel. Hij schreef een pompeus gedicht over d’n ouwe toren, dat door hem ook op muziek werd gezet.  De melodie is bekend en het kan dus nog steeds gezongen worden. Het gedicht werd gepubliceerd in een katholieke almanak.
Als je bij de klok in de toren klimt, zie je in het hout van de klokkenstoel de inscriptie staan “1871 P Cox” .
De heer P. Cox is voorouder in rechte lijn van Gerard Cox, de bekende cabaretier en podiumkunstenaar uit Rotterdam. Meester Cox trouwt in Steensel in april 1869 met Wilhelmina Rademakers, de dochter van zijn voorganger. Zij krijgen acht kinderen, vier jongens en vier meisjes. Een van de zonen,  Albertus Adrianus, hier geboren in  1876, is de opa van Gerard Cox en zijn broer Ab.
De oudst bekende school stond dicht bij de kerk. Dit was in de buurt van het kerkhof, ten zuidoosten van de kerk die toen nog een geheel vormde met de oude toren. Voor de onderwijzerswoning moest ƒ 2,50 huur per jaar betaald worden.
In 1823 werd een nieuwe school met bijbehorend schoolhuis aan de J. Schulteweg  in gebruik genomen. Deze school stond op de plaats van de huidige huisnummers 8 en 10. Vóór 1823 was dit de pastorie en eigendom van het plaatselijk Armenbestuur. Feitelijk was de school niet meer dan een verbouwde boerderij. Er werd voor ƒ 375,--  verbouwd.
In 1848 werd de school aangekocht door het gemeentebestuur. De toenmalige onderwijzer Rademakers was tevens boer. De school bestond uit niet meer dan een éénklassig vertrek. De verwarming was een haardvuur dat gestookt werd met hout en klotturf uit het Gagelgoor.
In 1884 werd gestart met de bouw van een ander schoolgebouw. De aanneemsom bedroeg ƒ 2.339,--. Aannemer Chr. Jonkers uit Oerle moest voor dit bedrag tevens de voormalige school verbouwen tot een beter ogende onderwijzerswoning. In 1885 werd deze school betrokken. J. Schulteweg 12 geeft een beeld van de toenmalige school. De buitenzijde is nagenoeg onveranderd gebleven. Onderwijzer van toen was zoals gezegd de heer P. Cox. Het gebouw had slechts één lokaal, dat in tweeën verdeeld werd door de schoolbanken tegenover elkaar te plaatsen. Er was geen stromend water aanwezig en het lokaal werd verwarmd met twee potkacheltjes. Het schoolgebouw staat er nog en werd lange tijd bewoond door de familie Fierloos (Goof Fierloos). Op dit moment zijn Hein Peeters en Myrna van Ham de bewoners (J. Schulteweg 12).
In 1913 moest de schoolopziener (inspecteur) evenwel tot de conclusie komen dat het gebouw niet meer aan de toen geldende normen voldeed. Bovendien was het te klein geworden. Een voorlopige oplossing werd gevonden door de laagste klassen onder te brengen in het patronaats-gebouw, dat links voor de kerk op het huidige kerkplein stond.
In 1916 kocht het gemeentebestuur voor ƒ 1.200,-- grond aan op de hoek Knegselseweg / Eindhovenseweg om daar een nieuwe school te bouwen. Door gebrek aan financiële middelen en door tijdsomstandigheden moest de bouw van de school worden uitgesteld.

In 1921 werd de langverwachte goedkeuring voor de bouw van een nieuwe school met onderwijzerswoning verleend. Het was een tweeklassig schoolgebouw. De bouwtekening bevindt zich ofwel in het Gemeentearchief in Eersel of in het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven. De bouwwerkzaamheden werden uitgevoerd door de firma v.d. Berg uit Dongen voor een bedrag van ƒ 32.402,--. Omdat de gemeente over onvoldoende financiële middelen beschikte, kocht het toenmalige hoofd der School, de heer Somers, de onderwijzerswoning voor  ƒ 9.360,--. Het oude schoolhuis werd voor ƒ 2.680,-- verkocht. Het verlaten schoolgebouw heeft nog tientallen jaren dienst gedaan als verenigingsgebouw. In voorkomende gevallen werd er ook ’s middags om 13:00 uur de rozenkrans gebeden voor ernstig zieken of stervenden. Het nieuwe schoolgebouw werd op 1 juli 1922 officieel geopend. https://strato-editor.com/.cm4all/uproc.php/0/.school%20kerkstraat.png/picture-400?_=182fdf2b918

In 1928 werd de lagere school in Steensel van een openbare school een katholieke school. In de wet wordt dit bijzonder onderwijs genoemd. Het gemeentebestuur vormde niet langer het bevoegd gezag. Veelal namen de kerkbesturen de rol van schoolbestuur op zich. Door de toename van het aantal leerlingen is er omstreeks 1929-1930 een lokaal bijgebouwd. Tijdens de bevrijding (1944-1945) werd er weer enige tijd gebruik gemaakt van het patronaatsgebouw bij de kerk omdat er Engelse soldaten ingekwartierd waren in de school.
In het begin van de vijftiger jaren begon de behoefte aan een aantal verbeteringen aan de bestaande school te groeien. De kosten werden begroot op ƒ 26.396,53. Gaandeweg kwam men evenwel tot de conclusie dat het beter was een nieuwe school te bouwen. In 1955 waren de plannen hiervoor gereed, ware het niet dat er verschil van mening rees over welke architect in aanmerking kwam om het gebouw te ontwerpen: de heer van Buul of de heer v.d. Sluis. Aan laatst genoemde werd de opdracht verstrekt. In 1958 werd de bouw gerealiseerd door de firma Peeters – Jansen uit Steensel voor een bedrag van ƒ 170.579,85.

Op 7 januari 1959 werd de vierklassige hallenschool opgeleverd. Het oude schoolgebouw op de hoek van de Knegselseweg / Eindhovenseweg is hierna door diverse ondernemers als zakenpand gebruikt. Hier zijn,  zakelijk gezien,  de eerste stappen gezet door het latere Simac Automatisering, nu gevestigd in Veldhoven. Na enkele jaren was ook het gebouw aan de Korte Kerkstraat  te klein. De onderwijzerskamer en een bergruimte werden omgebouwd tot een extra lokaal. Enige tijd later werd een vergaderzaaltje
van het gemeenschapshuis ook als klaslokaal in gebruik genomen. De grote zaal van het gemeenschapshuis heeft, vanaf de totstandkoming van deze voorziening, dienst gedaan als gymzaal. In 1971 werd wegens ruimtegebrek een viertal semi-permanente lokalen met een lerarenkamer naast het bestaande schoolgebouw geplaatst. Hierin werden enkele klassen van de lagere school en twee groepen van de kleuterschool ondergebracht. De integratie tussen lagere en kleuterschool werd toen in Steensel al in gang gezet; één bestuur, één oudercommissie, één gebouw met één team. Het schoolgebouw uit 1958 ( op het huidige dorpsplein) zou evenwel geen lang leven beschoren zijn. Eén van de aannemers uitte reeds tijdens de bouw zijn bedenkingen inzake de  fundering en de dakconstructie. Later zou blijken dat hij het bij het rechte eind had. Het gebouw begon te scheuren en vertoonde lekkages;  de verwarming liet het hierdoor afweten. Bij tijd en wijle werden er, met medewerking van het gemeentebestuur, wel de nodige reparaties verricht, maar het bleef “lapwerk”.  


Dit heeft geleid tot de totstandkoming van een fraai nieuw schoolcomplex annex sportzaal aan het Hoogeind waarna de oude school uit 1957 is afgebroken. Een deel van de semi-permanente lokalen werd in gebruik genomen als peuterspeelzaal en als leslokaal voor de muziekschool. Op de plaats van de school, de speelplaats en de semi-permanente lokalen is een dorpsplein ingericht. Na de opening van de nieuwe onderwijsvoorziening in 1980 waren de perikelen met en ergernissen om de oude school snel vergeten.






Hoofd der School      Naam
1822 - 1878 Dhr. Th. Rademakers
1878 - 1898 Dhr. P. Cox
1898 - 1900 Dhr. M. Kwinten
1998 - 1906 Dhr. J. de Wit
1907 - 1916 Dhr. J.A. Schellekens
1916 - 1945 Dhr. L. Somers
1946 - 1968 Dhr. F. van Nunen

Directeur           Naam
1969 - 1988 Dhr. G. van Veldhoven
(vanaf 1985 directeur)
1988-2005 Dhr. J. van der Sanden
2005-2006 Mevr. E. Vogel
2006-2007 Dhr.J.van Eijk/Mevr.M . Tromp
2007-2008 Mevr. R. Wijnings
2008-2011 Mevr. K. v.d. Berkmortel
2011- heden Dhr. S. Huiswoud tot heden


De geschiedenis van het kleuteronderwijs in Steensel
Verhoudingsgewijs is de geschiedenis van het kleuteronderwijs in Steensel zeer beperkt. Deze geschiedenis omvat een periode van 35 jaar. Het duurde tot 1950 voordat, onder pastoor J. Verbunt, de eerste kleuterschool tot stand kwam. Door de wet op het primair onderwijs ging het kleuteronderwijs in 1985 op in het primair onderwijs. Het geldgebrek dat het gemeentebestuur voor 1950 parten speelde, viel daarna ook het kerkbestuur ten deel. Met niet aflatende ijver is het bestuur erin geslaagd om deze vorm van onderwijs voor de jongste kinderen in Steensel te realiseren. 


Met medewerking van het gemeentebestuur werd het uit 1931 daterende brandweer- en arrestantenlokaal, gelegen aan de Knegselseweg (plaatselijk “spinnenkot” of “kasjot” genoemd), verbouwd tot kleuterschool voor een bedrag van ƒ 8.432,--. De financieringsopzet, om met een sluitende exploitatie te kunnen werken, laat zien dat de realisering niet zonder de nodige inspanning tot stand is gekomen. Per jaar waren de volgende inkomsten begroot:
Door de Steenselse boeren is voor dit doel enkele jaren ook de opbrengst van de pacht ter beschikking gesteld. Niet iedereen betaalde de voorgestelde bijdrage, hetgeen wrijving veroorzaakte. Door de beperkte financiën was zowel de accommodatie zelf als het beschikbare spelmateriaal onvoldoende. In de jaren 1952-1965 werden aan het gebouw een aantal voorzieningen toegevoegd waaronder waterleiding en een keukentje. In deze tijd ontstond er een slepend meningsverschil tussen het gemeentebestuur en het schoolbestuur over het onderhoud van de school. Dat laatste kwam voor rekening van het schoolbestuur  terwijl de vernieuwingen  wel door de gemeente betaald konden worden.
In 1956 was de financiële armslag wat ruimer geworden door de nieuwe wet over de exploitatievergoeding van het kleuteronderwijs. Het gevolg was  dat er nieuw spelmateriaal gekocht kon worden en ook buiten het gebouw een speelvoorziening werd aangelegd.
In 1962 kreeg het schoolbestuur het gebouw in eigendom. In datzelfde jaar werd het meubilair vernieuwd. Door de groei van het aantal kleuters werd vanaf 1964 gezocht naar mogelijkheden om het ruimtegebrek op te lossen.
Het duurde nog tot 1967 voor er een noodvoorziening tot stand kwam. Men besloot om gebruik te maken van een lokaal van het gemeenschapshuis. De inrichtingskosten voor dit lokaal bedroegen ƒ 3.078,65.
Het gebouw aan de Knegselseweg was inmiddels toe aan een grote opknapbeurt. Het schoolbestuur liet het diocesaan bouwbureau een begroting maken. Binnen de lagere school werden ook plannen gemaakt wegens ruimtegebrek. Door de komst van de semipermanente lokalen naast de lagere school aan de Fr. Van Nunenstraat kon vanaf 1971 de kleuterschool onder één dak met de lagere school gebracht worden. Door medegebruik van de grote zaal van het gemeenschapshuis als speelzaal, behoorden de problemen voor het kleuteronderwijs hiermee tot het verleden. Het gebouw aan de Knegselseweg (“De Engelbewaarder”) werd na overname door het gemeentebestuur  overgedragen aan het stichtingsbestuur van gemeenschapshuis “De Höllekes”. Het pand kreeg een speciale bestemming namelijk, een ontspanningsgelegenheid voor de jeugd. In 1980 werd de kleuterschool, samen met de lagere school, ondergebracht in een nieuw gebouw aan het Hoogeind. Er ontstond toen al in Steensel een vorm van basisonderwijs, jaren voor de landelijke invoeringsdatum (1985).
De leiding van de kleuterschool in de periode 1950–1985 was in handen van de volgende (hoofd)leidsters: Zr. Pauline, Zr. Philotea, Zr. Matthia, Mevr. R. Hendriks-Stravens, Mevr. A. Heezemans-Stravens, Mevr. J. Poppeliers-Kennis, Mevr. M. Heeren-Libregts, Mevr. E. Bottelier en tot slot Mevr. M.J. Spoormans-Slaats. Zij maakte in 1985 de overstap mee naar de basisschool.
Naast een lagere school en een kleuterschool is een zeer gemotiveerde groep inwoners erin geslaagd om ook hier een peuterspeelzaal op te richten. Deze groep zag met lede ogen aan dat er meerdere malen per week peuters vanuit Steensel naar Knegsel en naar Riethoven werden gebracht. Het bestuur van gemeenschapshuis “De Höllekes” (onder andere Wim van der Aa, Bert Huijbers en Andrea v.d. Heijden) vond dat wat in Knegsel en Riethoven kon, ook in Steensel zou moeten kunnen.  Er werd een werkgroep samengesteld. Die werkgroep ging aan de slag om de belangstelling bij  ouders te peilen, peuters en leidster te werven, een speelgoedactie te organiseren en om medewerking van de gemeente Eersel te vragen. Dit leidde in september 1975 tot de start van de peuterspeelzaal, geheel tot stand gebracht met eigen middelen. De peuterleidster van het “eerste uur” waren Annie v.d. Krieken, Mieke van Gool en Thea van Gompel. Dit was het resultaat van een geweldig initiatief uit de Steenselse gemeenschap. Gestart aan de Knegselseweg hebben de leidsters vervolgens hun peuters begeleid in de noodlokalen aan de Korte Kerkstraat, die tot 1980 gebruikt werden door de kleuter- en basisschool.  Via een gezellige ruimte in gemeenschapshuis “De Höllekes” zijn zij samen met hun peuters, uiteindelijk terecht gekomen in een op maat gesneden ruimte in de basisschool aan het Hoogeind.
Aan het eind van de 20e eeuw is er steeds meer aandacht voor de voorschoolse opvang. Geleerden zijn het er over eens dat grote groepen  kinderen al in de eerste vier levensjaren een taalachterstand oplopen die zij heel moeilijk in kunnen halen. Programma’s voor kleuters worden omgezet tot peuterprogramma’s. Ook worden peuters en kleuters, als het enigszins mogelijk is,  in hetzelfde gebouw gehuisvest. In Steensel wordt de school aan het Hoogeind daarom in 2001-2002 verbouwd. De peuters verlaten hun lokalen in gemeenschapshuis “De Höllekes” en nemen in augustus 2002 hun intrek in een aangepast deel van het schoolgebouw aan het Hoogeind. De omstandigheden om ook inhoudelijk naar elkaar toe te groeien, zijn hiermee bijna ideaal. Vanaf dit moment vindt er een intensieve samenwerking plaats tussen de peuterleidsters en de leerkrachten van groep 1. De kleuters en de peuters werken op diverse dagdelen in hetzelfde lokaal onder begeleiding van dezelfde juf aan hetzelfde programma. Op dit vlak vormt Steensel wel een uitzondering.
De ontwikkelingen op dit gebied gaan door. 

De voorschoolse, de tussenschoolse en naschoolse opvang zijn  in Steensel niet meer weg te denken. Om deze ontwikkelingen financieel en organisatorisch in goede banen te leiden, vindt er een fusie plaats. Deze activiteiten worden vanaf 2006 aangestuurd vanuit een stichting voor kinderopvang “NummerEen” in Eersel. Om alle vormen van kinderopvang, zowel de voorschoolse, de tussenschoolse als de naschoolse ook gebouwelijk te integreren,  werd in 2007  het schoolgebouw intern verbouwd zodat iedereen z’n eigen plekje kreeg toebedeeld.

.